ABSTRACT HISTORY exhibition guide by Koen Sels

door oscar hugal

Abstract History

Het werk van Oscar Hugal (Antwerpen, 1986) kan worden gelezen vanuit de traditie van de conceptuele kunst, maar dat betekent niet dat hij immateriële ideeën ‘tentoonstelt’. Zijn beeldentaal condenseert zeker een artistiek denkproces, maar dat proces is niet louter talig. De beelden en concepten die hij aanwendt zijn geen zwarte gaten waarlangs het denken en het kijken verdwijnen, maar zijn paradoxaal genoeg beide materiaal om het denken op gang te brengen (en dus om taal te produceren). De vier werken die Hugal in het kader van ‘Wallpiece’ toont hebben allemaal letterlijk een talige component, maar de taal fungeert hier nooit als verklaring of als Ersatz van het getoonde. Taal en beeld zijn beide slechts motoren voor woekerende werken die in feite pas in de verbeelding van de toeschouwer werkelijk ontstaan.

Dat gaat zeker op voor ‘As Orange As An Orange’, een op de beeldenbank Getty Images aangekochte foto van een zwarte doos die geconfronteerd wordt met de technische beschrijving die Getty bij het beeld levert. De tekst geeft geen uitsluitsel over de inhoud van de zwarte doos, maar bevat technische informatie over het tweedimensionale beeld zelf. Het werk kan in eerste instantie gelezen worden als een metafoor voor de onmogelijkheid om aan kunstwerken een objectieve inhoud te onttrekken. Toch gaat het er hier niet zozeer om het geheim van de inhoud van de zwarte doos of om de ‘objectieve’ technische beschrijving van het tweedimensionale beeld. Wat telt, is de spanning tussen de verschillende componenten, de tussenruimte van het gehele werk, dat een circulaire, paradoxale aard heeft. Zoals de titel in feite niets zegt over de aard van het object ‘sinaasappel’ of de kleur ‘oranje’, maar een onontvluchtbare tautologie opzet die een ondenkbaar en transcendent ‘reëel’ domein buiten taal en beeld suggereert.

Ook in ‘Oranges & Lemons’ zijn machines aan het werk: via Google selecteerde Hugal die werken van Mark Rothko waarin de kleuren oranje en geel voorkomen, waarna hij voor de gevonden selectie de catalografische beschrijvingen opzocht, die hij presenteert in afwezigheid van de ‘originelen’. Drie automatismen — de geüniformeerde beschrijving van de catalogus, de zoekprocedures van Google, en de keuze voor de zoektermen ‘geel’ en ‘oranje’ — leveren een tekstuele opstelling op die contrasteert met de transcendente mystiek van Rothko’s werk. De taal wordt hier uitgespeeld tegen de afwezige beelden, waardoor een andere, met die beelden onverzoenbare vorm van abstractie wordt geproduceerd.

‘Here & Now’ sluit wat inspiratie betreft nauw aan bij ‘Oranges & Lemons’, maar vertrekt van de transcendente esthetiek van een andere abstract expressionist. Een diaprojector projecteert een close-upfoto van Barnett Newmans grootschalige schilderij ‘Vir Heroicus Sublimis’ de ruimte in. Tijdens de oorspronkelijke tentoonstelling in 1951 spoorde Newman de toeschouwer aan de hand van een citaat aan het werk van dichtbij te bekijken. Die veronderstelde sublieme ervaring, waarbij men haast zou moeten kunnen opgaan in het werk, wordt hier binnenstebuiten gekeerd: de projector komt te staan voor de blik van de ‘oorspronkelijke’ toeschouwer van ‘Vir Heroicus Sublimis’ en het sublieme wordt gevangen in en getransformeerd door het reproductiemiddel. De sublieme ervaring die Newman veronderstelt in de tekst is niet overdraagbaar en lost zo letterlijk op in lucht.

In al deze werken lijkt de kloof tussen de regimes van taal en beeld onoverbrugbaar. ‘Window Is A Word’, te zien in de vitrine in de Lange Leemstraat, is niet alleen nadrukkelijk een materiele én talige aanwezigheid, maar suggereert ook dat de taal zelf een formeel en quasi-ruimtelijk systeem is. Want wat is het woord ‘OR’ anders dan een op zichzelf betekenisloze bouwsteen, een woord dat een formele relatie legt maar dat zonder context niets zegt? Men zou zelfs kunnen zeggen dat het woord in zijn materiële verschijningsvorm als neon de hele wereld rondom oproept als een oneindig — een onzegbaar groot — geheel aan potentiële betekenissen en verbanden tussen beelden/woorden. Taal én beeld zijn hier beide talig en beeldend.

Ondanks het feit dat Hugals werken zich begeven in het ‘autonome’ domein van de abstractie en het transcendente, zijn ze toch een afgeleide van een specifiek tijdsgewricht,  dat gekenmerkt wordt door specifieke technologieën. Ze roepen zoekmachines en selectieprocedures op en zeggen zo iets over de technologische en media-afhankelijke productie van realiteit. Op die manier herschrijft Hugal de geschiedenis van de abstractie of beter gezegd: plaatst hij het abstracte in een historisch perspectief en bevraagt hij haar onwereldse pretenties. De visuele abstractie neemt bij Hugal steeds weer talige vormen aan, vormen die niet kunnen worden losgekoppeld van de werkelijkheid zoals die vandaag gemedieerd wordt. copyright © 2012 Koen Sels